Inleiding

Om het aantal motorongelukken te verminderen, zijn in heel Europa de motorpraktijkexamens
veranderd. Sinds 1 april 2004 word je in meer bijzondere verrichtingen getoetst dan voorheen.
Zo moeten de kandidaten nu niet vier, maar zeven bijzondere verrichtingen uitvoeren.
Door die uitbreiding is het motorpraktijkexamen gesplitst in tweeën:

• examen voertuigbeheersing - AVB
• examen verkeersdeelneming - AVD

Twee categorieën
Het praktijkexamen voor de motor is er in twee categorieën, een lichte categorie (‘A beperkt’)
en een zware categorie zonder beperkingen (‘A’). De examens Voertuigbeheersing en
Verkeersdeelneming moet je afleggen in dezelfde categorie.
Als je jonger bent dan 21 jaar, moet je het examen afleggen op een lichte motor met een
vermogen van minder dan 35 kW. De cilinderinhoud van deze motor moet meer dan 120 cc
zijn en hij moet minstens honderd kilometer per uur kunnen rijden.
Ben je 21 jaar of ouder, dan mag je kiezen of je het examen wilt afleggen op een lichte motor
of een zware. Zo’n zware motor moet een vermogen hebben van 35 kW of meer. Voor beide
categorieën geldt dat de motor moet zijn voorzien van spiegels, richtingaanwijzers en een
L-bord achter op de motor.

Examen met een lichte motor
Als je slaagt voor een examen op een lichte motor, krijg je (ongeacht je leeftijd) een rijbewijs A
met een beperkte bevoegdheid. Je mag dan twee jaar lang alleen rijden met een motor met een
vermogen van hoogstens 25 kW en hoogstens 0.16 kW ‘per kilo ledig gewicht van de motor’.
Pas na twee jaar mag je overstappen op een zwaardere motor; daar hoef je niet opnieuw examen
voor te doen.

Examen met een zware motor
Slaag je voor een examen op een zware motor, dan krijg je van de gemeente waar je woont een
rijbewijs A zonder beperkingen. Je mag daarmee direct op elke motor rijden.

Algemeen
Sinds 30 september 2003 gelden voor de motorkandidaat tijdens het motorexamen
kledingeisen. Deze maatregel is bedoeld om de motorrijder beter te beschermen.
Als kandidaat op het motorexamen moet je dan minimaal de volgende beschermende
uitrusting dragen:

Helm
Je bent natuurlijk verplicht om een goedgekeurde helm te dragen. Het beste is een helm te
dragen die licht is van kleur of die is voorzien van (retro-reflecterende ) kenmerken die
ervoor zorgen dat je goed opvalt in het verkeer. Oogbescherming - Je gebruikt bij voorkeur
een vorm van oogbescherming, zoals bijvoorbeeld een helmvizier, motorbril of (zonne)bril.

Schoeisel
Je draagt hoge schoenen of laarzen die ook de enkel bedekken.

Handschoenen
Je draagt handschoenen of wanten die de hand en zoveel mogelijk het polsgewricht bedekken.

Kleding
Je draagt kleding waarvan de broek de benen bedekt. De jas moet het bovenlichaam en de
armen helemaal bedekken. Broek en jas mogen één geheel vormen.
Voor alle kleding geldt dat je bij voorkeur kleding draagt die speciaal bedoeld is voor motorrijders.
De uitrusting moet in ieder geval stevig genoeg zijn om je te beschermen als je onverhoopt valt
(of bijvoorbeeld de hete uitlaat van de motorfiets raakt). Ook heeft je kleding bij voorkeur retroreflecterende
eigenschappen, of andere kenmerken die ervoor zorgen dat je goed opvalt in het verkeer. Tot slot
moet de kleding je voldoende beschermen tegen de weersomstandigheden tijdens het examen.